Komt het Associatieverdrag er alsnog?

rutte-wil-oekraine-nooit-in-europese-unie

In november 2015 vroeg Kees Verhoeven (D66) aan Minister Koenders per Kamerbrief hoe het kabinet campagne ging voeren voor het Oekraïne referendum en hoe er tevens een “deceptie” zoals in 2005 voorkomen ging worden. De partij refereerde hiermee naar het referendum waar een absolute meerderheid van het Nederlandse volk zich tegen de Constitutie van de Europese Unie (EU) keerde. Afgelopen week, iets meer dan tien jaar later, heeft Nederland zich wederom middels een referendum mogen uitspreken over een EU verdrag. Een absolute meerderheid van maar liefst 61% stemde tegen het Associatieverdrag. Een nieuwe “deceptie” heeft zich dus voorgedaan. Houdt het kabinet zich aan de belofte de uitslag over te nemen of gaat het verdrag, in welke hoedanigheid dan ook, er alsnog komen?

Mark Rutte zei onlangs dat het verdrag tussen de Europese Unie (EU) en Oekraïne “niet zonder meer geratificeerd kan worden”. Wat hiervan precies de strekking is, blijft vooralsnog onduidelijk en waarschijnlijk is dat de intentie van Rutte. Hoewel het kabinet voorafgaand aan het referendum unaniem akkoord ging met het overnemen van de uitslag, heerst er nu onduidelijkheid over het al dan niet direct overnemen van de nee-stem. Zowel politiek Den Haag alsook Brussel verkeren momenteel in “onbekend terrein”, zo gaf onze premier toe in een persconferentie. Voor ons een mooie reflectie op het falende EU-beleid maar voor Rutte en de zijnen een schaamteloze voorstelling voor het aanzicht van de EU nu Nederland het voorzitterschap daarvan draagt.

Het feit dat de coalitiepartijen zich in een dilemma bevinden – de PvdA heeft altijd gesteld de uitslag zonder addertjes onder het gras te respecteren, waar de VVD aangaf niet voor Poetin te willen buigen – kan voor spanningen zorgen binnen het kabinet. Hoewel beide partijen er niet bekend om staan zich aan gemaakte beloften te houden, lijkt de PvdA vooralsnog het belang van het opvolgen van de uitslag te benadrukken. Zo maakte fractievoorzitter Samsom onlangs nog bekend dat hij van mening is dat de nee-stem “recht moet worden gedaan”. De VVD zou maar al te graag de uitslag naast zich neer willen leggen. En dat kan; het referendum en diens uitslag is immers slechts van raadgevende aard. Rutte zou zich in een dergelijke situatie echter moeten afvragen in hoeverre het kabinet het volk representeert, mocht hij de uitslag negeren.

Tevens is er ook druk van andere partijen uit de oppositie. Een Kamermeerderheid is eveneens van mening dat de uitslag gerespecteerd dient te worden. Zo liet CDA-fractieleider Sybrand Buma weten dat het verdrag niet door Nederland geratificeerd kan worden en ook fractieleider Jesse Klaver van GroenLinks schaarde zich hier achter. Deze meningen zijn tevens niet enkel gebaseerd op de uitslag maar ook op de organisatie achter het referendum. Er zijn een groot aantal financiële middelen gespendeerd aan het mogelijk maken van de volksraadpleging. Het zou dan ook niet verstandig zijn om de uitslag niet in acht te nemen en het werk van de organisatoren in het niet te laten verdwijnen. Tevens doet men daarmee de kiesgerechtigden die wel hun stem hebben uitgebracht tekort.

En toch lijkt Rutte voet bij stuk te houden. Het kabinet zal in overleg treden met enerzijds de Europese Commissie en anderzijds de overige EU-lidstaten, zo stelt de premier. Hij wil in ieder geval de definitieve uitslag afwachten die door de Kiesraad morgen (12 april) zal worden gepubliceerd. Als reden voor nader overleg geeft Rutte aan dat hij op zoek is naar een oplossing die voor alle partijen acceptabel is. Kan hieruit worden geconcludeerd dat de nee-stem anders dan haar ware implicatie, namelijk die van een simpele en directe nee-stem tegen het verdrag, wordt geïnterpreteerd?

Die kans bestaat zeker en op basis van de voorgaande uitspraak van Rutte kunnen we een dergelijk scenario schetsen. Een mogelijke interpretatie van de nee-stem zou zijn: een stem tegen toetreding van Oekraïne tot de EU. In theorie zou het associatieverdrag moeten worden aangepast met daarin de duidelijke en negatieve stellinginname van Nederland tegenover een Oekraïens lidmaatschap. Het verdrag wordt op die manier alsnog gehandhaafd maar een lidmaatschap wordt daarmee uitgesloten. Maar dan vergeet Rutte welke vraag u werd voorgelegd op 6 april en waar u voor of tegen heeft gestemd, namelijk: “Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne?” en niet “Bent u voor of tegen een Oekraïens lidmaatschap?”. Tevens zal dan maar eens te meer duidelijk worden dat er geen halt geboden kan worden aan de uitbreiding van Europese heerschappij.

Een minder aannemelijke maar daarom niet minder aantrekkelijk scenario zou er een zijn waar Rutte simpelweg zijn handtekening intrekt en zijn overige 27 collega’s duidelijk maakt dat Nederland het verdrag niet tekent en derhalve niet geratificeerd kan worden. Als gevolg daarvan zal er naar alle waarschijnlijkheid een nieuw verdrag op tafel komen die zich niet richt tot Nederland maar tot de andere EU-lidstaten. Kort gezegd, zal het verdrag wel gelden in de rest van de EU maar niet binnen de landsgrenzen van Nederland. De VVD, die zich dus als voorstander opstelde van het verdrag, zal dat ongetwijfeld als een gemiste kans zien en dat maakt haar overweging allerminst gemakkelijk.

In aanvulling op deze mogelijke scenario’s heeft uitgerekend Thierry Baudet, een van de organisatorische krachten achter het referendum en tegenstander van het verdrag, aangegeven Rutte te willen bijstaan in het wijzigen van het akkoord zodat de premier het kan voorleggen aan de overige Europese ministers. Een kleine teleurstelling aangezien Baudet een voorvechter is van het nee-kamp maar hiermee juist de hand onnodig in eigen boezem steekt. Laat het kabinet maar peentjes zweten en zien hoe het uit deze situatie komt. Het volk heeft gesproken en daar moet Den Haag het mee doen. Een nee is ook daadwerkelijk een nee en het zou hoog tijd worden dat de EU daar eens naar luistert. Daar dachten ze binnen de EU-top aanvankelijk mooi mee weg te komen maar daar hebben u en ik toch mooi een stokje voor weten te steken.

Reacties

Daniël Leeuwenhart

De heer Leeuwenhart schrijft met regelmaat over de betrekkingen tussen de Europese Unie (EU) en Rusland. Als euroscepticus hecht hij waarde aan nationale belangen en verkiest deze boven de supranationaliteit van de EU. Met de kracht van de pen streeft hij naar meer macht voor Den Haag, en minder voor Brussel.

Geef een reactie