Viktor Orbán: Een ijzersterke leider in een zwak Europa

De Hongaarse minister-president Viktor Orbán krijgt werkelijk van alle kanten forse kritiek te verduren. In eigen land wordt Orbán bekritiseerd door jaloerse oppositiepartijen die maar weinig kunnen doen om hem tegen te werken. Binnen de Europese Unie (EU) wordt hem verweten niet democratisch te zijn. Amerikaanse politici beschuldigen Orbán ervan nauwe banden te hebben met de Russische president Poetin. Gehaat worden deert Orbán niet en daar heeft de conservatief-nationalistische leider een goede reden voor: hij kan op overweldigende steun van de Hongaarse bevolking rekenen.

Op 7 januari 2015 werd de westerse wereld opgeschrikt door de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs. Twee dagen later vond er wederom een aanslag plaats, dit keer op een Joodse supermarkt. Bij de aanslagen in Parijs kwamen maar liefst zestien slachtoffers om het leven. Terwijl westerse leiders met de handen in het haar zaten en zich afvroegen hoe een dergelijke tragedie mogelijk was, was er slechts één Europese leider die de werkelijke oorzaak durfde aan te wijzen: Viktor Orbán.

“De gruwelijke en barbaarse aanslagen in Parijs zijn het gevolg van het West-Europese massa-immigratiebeleid”.

Bij deze uitspraak zou het niet blijven. Enkele dagen later was Orbán aanwezig bij de herdenkingsdienst van de aanslagen in Parijs, waarna hij een speech gaf. Hierin verklaarde hij dat het idee van economische immigratie achterhaald is, omdat het enkel problemen met zich mee brengt. Ook gaf hij aan dat massa-immigratie de Europese bevolking in gevaar brengt. Verder beloofde hij van Hongarije geen immigratiebestemming te maken zolang hij aan het roer staat. “We willen Hongarije graag Hongaars houden”, voegde hij daar nog aan toe. Bovendien is Orbán bereid het leger te stationeren aan de Hongaarse grens, om economische immigranten te kunnen weren.

In West-Europa kan een dergelijke uitspraak een politicus de kop kosten. Alleen partijen zoals het Front National, de PVV en de Zweden-democraten durven ‘gevoelige onderwerpen’ zoals immigratie openlijk te bekritiseren. Hierdoor worden zij door de Europese media automatisch in de extreem rechtse hoek geplaatst; een bestempeling dat potentiële stemmers afschrikt en waar maar moeilijk van af te komen is. In Hongarije, maar ook in andere delen van Oost-Europa, is dit niet het geval.

Orbán ziet immigratie ook niet als realistische oplossing voor de almaar vergrijzende Europese bevolking. In plaats daarvan test de Hongaarse overheid nu een systeem uit waarbij vrouwen die meer dan drie kinderen baren geen belasting hoeven te betalen. Daarnaast moet ook het christendom weer een grotere rol gaan spelen in de maatschappij.

Hoe kan het toch dat Hongarije een geheel andere koers vaart dan de rest van Europa? Ten eerste heeft het land, dat tot 1989 achter het IJzeren Gordijn lag, een geheel andere politiek-economische ontwikkeling doorgemaakt dan de meeste West-Europese landen. Het land heeft slechte ervaringen met het communisme en socialisme, aangezien het decennia lang een satellietstaat van Moskou is geweest. Hierdoor kunnen linkse partijen maar moeilijk voet aan de grond krijgen. Communistische symbolen zijn in Hongarije zelfs verboden. Daarnaast zijn buitenlandse corporaties en banken aan banden gelegd, wat er voor zorgt dat zij niet te machtig worden. Hiermee heeft de regering Orbán de belangrijkste twee machten die Europa momenteel bedreigen in eigen land geneutraliseerd.

Binnen het Europees parlement is Orbán ook niet geliefd. Volgens vele Europarlementariërs is in Hongarije de democratie ‘in gevaar’. Een goed voorbeeld hiervan is de speech van Guy Verhofstadt, leider van de liberale partij ALDE, die letterlijk tegen Orbán schreeuwde. Verhofstadt beweerde dat de EU het belang van het Hongaarse volk verdedigde. Hoe is dat echter mogelijk als de Hongaren in overweldigende aantallen voor Orbán’s partij Fidesz stemmen?

Deze maand botste Orbán wederom met de EU toen hij aangaf de doodstraf op de nationale agenda te willen plaatsen. Wellicht kunnen de Hongaren in de toekomst stemmen over de herinvoering van de doodstraf. Aangezien de doodstraf rechtstreeks tegen de principes van de EU ingaat, riskeert Hongarije hiermee sancties.

Toch lijkt Orbán zich geen zorgen te maken. Begin april meldde Hongarije zich aan voor de AIIB, een investeringsbank onder leiding van China. Hiermee neemt Hongarije afstand van westerse financiële instituties zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Enkele weken later werd duidelijk dat Rusland toestemming heeft gekregen om een kerncentrale ter waarde van twaalf miljard euro te bouwen in Hongarije. Brussel is absoluut niet blij met dit besluit, aangezien de EU sancties aan Rusland heeft opgelegd.

Hongarije is hét voorbeeld van een moderne conservatief-nationalistische evenals neorealistische staat. Orbán neemt geen blad voor de mond om ‘gevoelige onderwerpen’ zoals immigratie te bekritiseren. Verder hecht hij meer waarde aan het Hongaarse belang dan het belang van de Europese Unie. De toenadering tot Rusland en de Chinese investeringsbank AIIB toont aan dat Hongarije een nieuwe koers is ingeslagen. Wij van Curiales juichen deze nieuwe koers ten zeerste toe.

Reacties

Bart Bohemen

De heer Bohemen heeft een uitgebreide kennis op het gebied van sociale vraagstukken en verwerkt deze dan ook nauwkeurig in zijn publicaties. Zijn vakgebied omvat onder meer socio-economische en demografische ontwikkelingen in Europees verband.

Geef een reactie