De Armeense genocide

Dit jaar vond de Armeense genocide precies een eeuw geleden plaats. Hoewel honderd jaar een lange tijd is, lijkt de tragedie de laatste jaren actueler dan ooit. In 2012 probeerde de Franse overheid het ontkennen van de Armeense genocide strafbaar te stellen. Afgelopen zondag noemde paus Franciscus de Armeense genocide de “eerste genocide van de 20ste eeuw”. Al jarenlang is er door o.a. prominente historici onomstotelijk bewijs geleverd dat er een genocide heeft plaatsgevonden. Hoewel de erkenning van de genocide steeds breder geaccepteerd wordt, houdt Turkije voet bij stuk. Het land ontkent stomweg de volkerenmoord. Het toont wederom aan dat Turkije ver verwijderd is van onze westerse samenleving.

Van Byzantijns naar Ottomaans
Vroeger hoorde het land dat we vandaag kennen als Turkije bij het Byzantijnse Rijk, ook wel bekend als het Oost-Romeinse Rijk. Aldaar leefden de Armenen schouder aan schouder met de Byzantijnse Grieken, die allebei een vorm van het orthodoxe christendom aanhingen. Ook is het Byzantijnse Rijk enorm belangrijk geweest voor de ontwikkeling van Europa.  Ja, u leest het goed. Het hedendaagse Turkije werd ooit bevolkt door Europeanen en christenen.

Turkse volkeren komen oorspronkelijk uit Centraal-Azië en hangen voornamelijk de islam aan. Na verloop van eeuwen wisten de Ottomaanse Turken steeds meer gebied te veroveren op de Byzantijnen. In 1453 viel Constantinopel (hedendaags Istanboel) en stortte het Byzantijnse Rijk in elkaar. Ondanks de val van het rijk, konden minderheden zoals christenen rekenen op enige vorm van tolerantie, als zij de status van ‘dhimmi’ accepteerden. Hiermee werden christenen en andere minderheden tot tweederangsburger getransformeerd.

De Armeense genocide vond plaats in het voormalig Ottomaanse Rijk. Het Ottomaanse Rijk omvatte ooit enorme gebieden in Azië, Oost-Europa en Noord-Afrika. Het was een multi-etnisch en multireligieus rijk dat bestuurd werd door een sultan. In de 19de eeuw streefden de Europese mogendheden het Ottomaanse Rijk op technologisch en economisch gebied voorbij. In de Europese en Arabische gebieden van het rijk ontstonden steeds meer sentimenten van onafhankelijkheid. Ook raakte het Ottomaanse Rijk ernstig verzwakt door de verscheidene oorlogen dat het (tegelijkertijd) voerde.

Zondebok
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Ook deze oorlog verliep niet voorspoedig voor de Ottomanen. Door het verval van het rijk speelde het nationalisme op en ging men op zoek naar een zondebok. Deze was snel gevonden: de Armenen. De Turken beschuldigden de Armenen van landverraad, sabotage en collaboratie met het Russische Keizerrijk. Onder leiding van de Jonge Turken, een nationalistische beweging, werd de genocide op touw gezet.

De genocide ging van start op 24 april 1915 in Istanboel. Op die datum werden 250 Armeense intellectuelen en gemeenschapsleiders gearresteerd. Niet veel later werden ook rijke Armeense handelaren gearresteerd en al hun bezittingen werden in beslag genomen. In andere steden van het Ottomaanse Rijk werd volgens hetzelfde draaiboek gehandeld. Hiermee is de Armeense genocide tevens een van de grootste kapitaaloverdrachten ooit.

Niet veel later werden de prominente Armenen vermoord. Daarna was de rest van het Armeense volk aan de beurt. Veel Armenen kwamen om in pogroms en vrouwen werden massaal verkracht. Het grootste gedeelte van het Armeense volk werd door het Ottomaanse leger de Syrische woestijn in gedreven, zonder water of voedsel. Daar werden ze aan hun lot overgelaten. Naar schatting zijn er ongeveer 1.5 miljoen mensen om het leven gekomen.

Een minder bekend gegeven is dat niet alleen Armenen slachtoffer werden. Ook Griekse Ottomanen (afstammelingen van de Byzantijnen) werden uitgemoord. Volgens experts ligt het aantal omgekomen Griekse Ottomanen tussen de 500.000 en 900.000. Daarnaast vielen ook Assyrische christenen ten prooi aan Ottomaans geweld, waarbij ruim 300.000 slachtoffers vielen. Er was dus niet alleen sprake van een Armeense genocide, maar ook van een Griekse genocide en een Assyrische genocide. Vooral de laatste twee zijn onbekend bij het grote publiek.

Turkse ontkenning
Tot woede van veel mensen blijft de Turkse overheid de genocide ontkennen. Ze geven toe dat er slachtoffers zijn gevallen, maar wijten dit aan oorlogsgeweld in plaats van genocide. Toch liegen de cijfers er niet om. In 1912 werd de Armeense bevolking in het Ottomaanse Rijk op twee miljoen geschat. Naar schatting leven er vandaag de dag nog slechts 60.000 Armenen in Turkije. Ook het NIOD geeft een gedetailleerde beschrijving van de uitwissing van de Armeense cultuur binnen het Ottomaanse Rijk:

”In 1914 bezat de Armeense gemeenschap 2600 kerken, 450 kloosters en 2000 scholen. Aan het einde van de oorlog waren de ongeveer 3000 Armeense nederzettingen (dorpen, steden, wijken) ontvolkt en hun inwoners uitgemoord. Vandaag de dag wonen er, behalve in Istanbul, vrijwel geen Armeniërs meer in Turkije. De gemeenschap beschikt tegenwoordig over zes kerken, maar heeft geen scholen en geen kloosters meer.”

Turken, ook die woonachtig in West-Europa, nemen de genocide-ontkenning van de Turkse regering klakkeloos over. Dit werd eerder deze maand tijdens het tv-programma Pauw weer eens pijnlijk duidelijk. Toen de aanwezige Turkse jongeren ontkenden dat er een genocide had plaatsgevonden, raakten zij in een verhitte discussie met de tevens aanwezige Armeense jongeren. Toch lijkt er weinig algemene verontwaardiging te bestaan t.o.v. de Turkse ontkenning. Kunt u het zich voorstellen? Duitse jongeren die massaal de Holocaust ontkennen? De verontwaardiging zou enorm zijn.

De erfenis van genocide
Nog steeds zorgt de genocide voor botsingen tussen Armenen en Turken. Vorig jaar werd er in Zwolle een monument onthuld ter nagedachtenis  aan de Armeense Genocide. Onder leiding van de Turkse consul-generaal in Rotterdam werd er een menigte Turken opgetrommeld om de onthulling te verstoren. Tijdens de ceremonie schreeuwden de Turken leuzen en zwaaiden met vlaggen.

Ook in Turkije zelf is de genocide nog steeds een beladen en omstreden onderwerp. In Turkije wordt de Armeense genocide ook wel het ‘Armeens verraad’ genoemd. Eigenlijk zegt dit al genoeg. De overgebleven Armenen worden ook nog steeds gediscrimineerd. In 2007 werd de Turks-Armeense journalist Hrant Dink vermoord door een Turkse nationalist. Dink stak zijn mening over de Armeense genocide niet onder stoelen of banken en dat beviel de nationalist niet.

De zesdelige documentaireserie Bloedbroeders geeft een goed beeld van de spanningen tussen de bevolkingsgroepen, die tot op de dag van vandaag bestaan. Een in Nederland wonende Armeen en Turk vertrekken naar Oost-Turkije om de genocide aldaar zelf te onderzoeken. In  Turkije komen ze erachter dat tot op de dag van vandaag veel Armenen hun achternaam geheimhouden. Ook werd de Armeense presentator Ara Halici door sommige Turkse dorpelingen met argwaan ontvangen. Dit ondanks het feit dat de genocide honderd jaar geleden plaatsvond en dat er geen mens meer leeft die de volkerenmoord heeft meegemaakt. Verder vertelt een Armeense priester in Istanboel dat een klein Turks jongetje dreigde een bomaanslag te plegen op zijn kerk. Hoewel er nog maar 60.000 Armenen over zijn in Turkije, betekent dit niet dat zij worden gevrijwaard van geweld.

De genocide heeft een grote invloed op de geschiedenis gehad. Adolf Hitler en zijn bondgenoten werden geïnspireerd door de Armeense genocide. In 1939 verklaarde Hitler het volgende:

“Alleen zo kunnen we de nodige ‘Lebensraum’ verkrijgen. Wie spreekt er per slot van rekening heden ten dage nog over de vernietiging van de Armeniërs?”

Uit deze opmerking kunnen we opmaken dat Hitler dacht te kunnen wegkomen met de Holocaust. De verantwoordelijken van de Armeense genocide waren immers ook nooit gestraft.

De Armenen spreken van genocide. De Turken spreken van de ‘Armeense kwestie’ of het ‘Armeens verraad’. Door de aanhoudende spanningen tussen de twee landen blijft de Armeens-Turkse grens tot op de dag van vandaag gesloten. Hoe zit het eigenlijk met de Nederlandse overheid? Onze regering spreekt van het ‘vraagstuk van de Armeense genocide’. Een laffe, onpartijdige benaming om de Turkse overheid te vriend te houden. Iets dat hoogstwaarschijnlijk niet zal veranderen aangezien de economische belangen te zwaar wegen.

Reacties

Bart Bohemen

De heer Bohemen heeft een uitgebreide kennis op het gebied van sociale vraagstukken en verwerkt deze dan ook nauwkeurig in zijn publicaties. Zijn vakgebied omvat onder meer socio-economische en demografische ontwikkelingen in Europees verband.

2 gedachten over “De Armeense genocide

Geef een reactie