(Positieve) discriminatie?

Afgelopen donderdag beweerde korpschef van de Nationale Politie Gerard Bouman dat er te weinig agenten zijn met een allochtone achtergrond. Bouman wil dat agenten van allochtone afkomst maar liefst 25 procent van de nieuwe instroom gaan uitmaken. Bovendien zijn de plannen van Bouman geen streven: het móet. Het is wederom een voorbeeld van cultureel Marxisme op het hoogste niveau binnen de publieke sector.

In veel opzichten begint Nederland steeds meer op de Verenigde Staten (VS) te lijken. Bepaalde idealen, zoals die van de heer Bouman, zijn rechtstreeks overgenomen van de VS. In de VS heet positieve discriminatie affirmative action. Het is een omstreden onderwerp dat omringd wordt door controverse. Bovendien is het de aanleiding geweest voor talloze rechtszaken.

Onder het mom van affirmative action worden minderheden bevoordeeld. Zo komt het bijvoorbeeld maar al te vaak voor dat Afro-Amerikanen of Latijns-Amerikanen voorrang krijgen op de toelating van een universiteit, ondanks het feit dat blanke of Aziatische studenten een hogere score op de toelatingstest hebben gehaald. Soms is affirmative action ook van toepassing op homoseksuelen en transseksuelen. Voorstanders van affirmative action verdedigen hun standpunt door het ‘gelijke kansen’-argument aan te dragen.

In 2003 vond de zogenaamde Gratz v. Bollinger rechtszaak plaats. Jennifer Gratz en Patrick Hamacher, beiden blank, hadden zich ingeschreven voor de Universiteit van Michigan. Zowel Gratz als Hamacher werden niet toegelaten op de universiteit. Tegelijkertijd werden etnische minderheden aangemoedigd zich in te schrijven. Afro-Amerikanen, Latijns-Amerikanen en mensen met een Indiaanse achtergrond kregen twintig studiepunten uitgereikt, zonder die verdiend te hebben met positieve schoolresultaten.

De rechtbank stelde Gratz en Hamacher in het gelijk. Volgens de rechter was het beleid van de Universiteit van Michigan onconstitutioneel. Toch was deze zaak nog maar het topje van de ijsberg. Affirmative action komt nog steeds op grote schaal voor en keer op keer worden blanken, Aziaten, mannen en heteroseksuelen hier de dupe van.

Desalniettemin zijn het vaak deze mensen die positieve discriminatie propageren. Een goed voorbeeld hiervan zijn de bezetters van het Maagdenhuis in Amsterdam. Zij willen positieve discriminatie naar Amerikaans voorbeeld invoeren op de Universiteit van Amsterdam. In Den Haag kwam er positieve discriminatie voor op een gymnasium, waarbij allochtone leerlingen niet mee hoefden te doen aan de loting. In tegenstelling tot de rest van de studenten, waren er speciaal plaatsen voor allochtonen gereserveerd.

De uitspraken van korpschef Bouman zijn overigens niets nieuws. In november 2014 verklaarde voormalig minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (na aandringen van PvdA-kamerlid Ahmed Marcouch) dat de politie meer dienders aan moet nemen die Turks of Arabisch spreken. Een bizarre uitspraak. Opstelten was lid van de VVD, een partij die zich altijd graag voordoet als voorvechter van de integratie. Op welke manier kunnen Turks of Arabisch sprekende agenten de integratie bevorderen?

De Nederlandse politietop moedigt positieve discriminatie aan. Hoe moet dit beleid overkomen op autochtone Nederlandse sollicitanten? “Fijn dat jullie solliciteren jongens, we kunnen echter niet iedereen aannemen, want 25 procent van de vacatures zijn nou eenmaal gereserveerd voor mensen van allochtone afkomst.” Sterker nog, is het niet vreemd dat bepaalde groepen in de samenleving gemotiveerd moeten worden om bij de politie te komen werken?

Hoewel de politie discriminatie probeert te bestrijden en positieve discriminatie aanmoedigt, doen zij ondertussen zelf wel aan uitsluitingspolitiek. In 2010 noemde voormalig districtchef van de politie Gerda Dijksman PVV-politici fascisten. Voormalig hoofdcommissaris van Amsterdam Bernard Welten zei dat als het omstreden boerkaverbod van de VVD en PVV ingevoerd werd, de Amsterdamse politie geen vrouwen in boerka zou arresteren. Een andere Amsterdamse hoofdcommissaris, Joop van Riessen, stak zijn afgunst voor PVV-stemmers ook niet onder stoelen of banken:

“Dat zijn dus duizenden mensen die in deze wereld van de nieuwe samenleving die we aan het maken zijn niet passen. Waarvan je dus eigenlijk zou zeggen: die moeten het land uit. Die horen hier dus niet meer thuis.”

Welke samenleving  van Riessen precies bedoelde is nooit duidelijk geworden. Waarom wordt het echter als normaal beschouwd dat hoge politiefunctionarissen dit soort uitspraken doen? Hun boodschap is in ieder geval wel duidelijk. Ze trekken zich niets aan van de politiek en burgers die het niet met hen eens zijn kunnen beter uit de samenleving verwijderd worden.

De wind van positieve discriminatie waait tevens door de rest van Europa. We herinneren ons allemaal nog het laatste Eurovisie Songfestival, dat gewonnen werd door Oostenrijk. Het land werd vertegenwoordigd door de transseksueel Conchita Wurst, ook wel bekend als de ‘vrouw met baard’.

In feite stond het van tevoren al vast dat Wurst ging winnen. Het hele Eurovisie Songfestival stond in teken van politieke correctheid, tolerantie en positieve discriminatie. Mensen als Carlo Boszhard verklaarden openlijk op tv dat Wurst perse moest winnen om de acceptatie van transseksuelen te bevorderen.

Deze zelfde houding was terug te zien bij de organisatie van het evenement. Uiteraard werden de zangeressen die Rusland vertegenwoordigden uitgefloten, puur om het feit dat ze uit Rusland kwamen. Alsof de zangeressen Poetin’s omstreden “homopropagandawet” zelf hadden ingevoerd of waren betrokken bij de annexatie van de Krim. Het is duidelijk dat Russen niet op tolerantie hoeven te rekenen van mensen die beweren tolerantie aan te moedigen.

Het Eurovisie Songfestival werd altijd al in verband gebracht met vriendjespolitiek, nu kan het festival ook positieve discriminatie op haar conto schrijven. De andere kandidaten hebben hoogstwaarschijnlijk voor spek en bonen meegedaan. Het verspreiden van een politiek correcte boodschap is immers belangrijker dan iemand zijn zangkwaliteiten.

Positieve discriminatie is niets meer dan het discrimineren en uitsluiten van autochtonen, heteroseksuelen en mannen. We leven vandaag de dag in een maatschappij waarin een goed gevoel belangrijker is dan motivatie, scholing en ervaring. We worden gedwongen bepaalde idealen, waarvan een bepaalde groep mensen ons vertelt dat ze correct zijn, te accepteren. Aangezien positieve discriminatie al in beperkte mate deel uitmaakt van het overheidsbeleid, ziet de toekomst er niet rooskleurig uit.

Reacties

Bart Bohemen

De heer Bohemen heeft een uitgebreide kennis op het gebied van sociale vraagstukken en verwerkt deze dan ook nauwkeurig in zijn publicaties. Zijn vakgebied omvat onder meer socio-economische en demografische ontwikkelingen in Europees verband.

3 gedachten over “(Positieve) discriminatie?

  1. In de jaren 80′ kwam men ook al eens met dit onzalig plan.
    Het gevolg was dat er onder deze nieuwe agenten een ontstellend hoge incidentie was van corruptie en nepotisme.
    Men is er toen maar snel vanaf gestapt. Sindsdien werden alle kandidaten weer streng gescreend net als voorheen.
    Men heeft de afgelopen 30 jaar blijkbaar niets geleerd. Een of andere omhoog gevallen manager probeert nu zijn ideale wereldbeeld te verwezelijken over de rug van het politiekorps onder opoffering van de kwaliteit.
    En net als 30 jaar terug gaat dit ook weer op een fiasco uitdraaien.

    1. Hallo Copywriter. Welkom op het forum en bedankt voor uw reactie. Dit soort ‘initiatieven’ zijn inderdaad nutteloos en leiden nergens toe. Met de huidige ontwikkelingen ziet de toekomst er niet rooskleurig uit!

Geef een reactie