Elke keer hetzelfde liedje

De laatste peilingen van de Provinciale Staten lijken op een gunstiger scenario te wijzen dan momenteel aan de orde is. Echter, om deze resultaten als leidraad aan te houden, is weer een ander verhaal. De situatie vlak voor de verkiezingen in Nederland is jaarlijks min of meer hetzelfde en in vele opzichten derhalve voorspelbaar. Waar het in andere landen verboden is om peilingen in aanloop naar een verkiezing te publiceren, is het in Nederland gebruikelijk om het hele jaar door virtuele verkiezingsuitslagen bekend te maken; zelfs wanneer er geen verkiezingen zijn. Tevens hebben politici enkel vlak voor de verkiezingen de behoefte om campagne te voeren en hun partij in de schijnwerpers te zetten. De situatie hier is eigenlijk elke keer hetzelfde vlak voor een verkiezing. En elke keer tuinen we er met z’n allen in.

De huidige twee coalitiepartijen uit de Tweede Kamer, Pvda en VVD, hebben reeds sinds de geboorte van kabinet Rutte II geen meerderheid in de Senaat. In totaal hebben beide partijen 30 zetels en hebben dus hun steun moeten vinden in de oppositie. Deze steun hebben zij gevonden in drie partijen: D66, SGP en CU. Deze drie staan ook wel bekend als de ”constructieve drie” of de ”C3”. In totaal spreken we dan van 38 zetels en daarmee net genoeg om ook in de Eerste Kamer een meerderheid te vormen.

Campagnes
De uitgangspositie voor VVD en PvdA is dus allerminst gunstig (of juist wel, afhankelijk van welke hoek men kijkt) en dit getuigt zich ook in het compleet falen van Rutte II. Het is voor beide partijen van belang om uitvoerig campagne te gaan voeren. Dit gebeurt in Nederland zoals gebruikelijk alleen vlak voor de verkiezingen. Juist dan getuigen partijen zich van hun beste kant om aan zetels te komen. De PvdA gaat met rozen langs de deuren, de VVD kennen we van hun posters met onderlijnde tekst en de D66 is immer in de buurt van hogescholen om hun boodschap aan de student te verkondigen. Na de verkiezingen zien we echter niets van de gemaakte beloften terug. Of partijleiders gedragen en handelen plotseling in het belang van de natie en weten zo jammerlijk genoeg nog veel stemmers te verleiden.

Peilingen
Een ander schrijnend voorbeeld van een traditie rondom de verkiezingsperiode zijn de peilingen. We kennen allemaal de peilingen van Maurice de Hond. Zelfs tijdens een periode waarin nog geen verkiezingen gepland staan, worden mensen gevraagd op welke partij zij zouden stemmen, als er op het moment van vragen een verkiezing zou worden gehouden. In bijna alle enquêtes gaat het om een potentiële verkiezingsuitslag van partijen uit de Tweede Kamer. Aangezien het slechts om een virtuele stand gaat, is het vrij nutteloos voor een partij om te weten dat zij op dat moment een verkiezing had gewonnen. De averechtse werking van peilingen is pas goed zichtbaar wanneer op het moment van de daadwerkelijke verkiezing, de voorheen hoog genoteerde partijen plots kelderen naar een historisch laagtepunt. Zijn wij dan met z’n allen compleet van mening veranderd of zijn de peilingen sturend in het stemgedrag van het volk?

Sturende media
Met deze traditie gaan ook de gebruikelijke debatten vooraf een verkiezing gepaard met onzorgvuldige documentatie van de media. In die zin zijn ook de debatten misleidend voor het volk. Een groot deel volgt de debatten op TV maar een even groot deel doet dat niet. Laatstgenoemde groep leest het de eerstvolgende dag terug in de krant. En laat daar nu net het probleem liggen. In de artikelen en krantenkoppen die de dag erop verschijnen, is objectiviteit ver te zoeken. Een perfect voorbeeld hiervan is de kwestie van SP-leider Emile Roemer. De SP voerde voor lange tijd een zeer goede koers in aanloop naar de verkiezingen van 2012. Een debat op TV was genoeg om de SP te doen verdwijnen in de krochten van het medialandschap. De kiezer was om. Emile werd de grote verliezer van het premiersdebat, maar in werkelijkheid zou de burger de grote verliezer worden van het beleid in de twee jaar die daarop zouden volgen. Mede mogelijk gemaakt door Frits Wester.

Wederom hetzelfde liedje?
De huidige peilingen vertellen ons dat de PVV van Geert Wilders de grootse partij is en dat dit waarschijnlijk ook realiteit wordt. Dit is geen onbekend fenomeen in de potentiële uitslagen van peilingen. Sterker nog, het is juist gebruikelijk dat de PVV hoog aangeschreven staat in de weken voor de verkiezingen. Reeds in 2012 stond de PVV op een onbetwiste eerste plaats. Maar zoals u ongetwijfeld nog zult weten, verloor de PVV en kreeg diens aanhang het verwijt dat ze plotseling afzagen van een ommetje naar de stembus. Het CDA en de PvdA kreeg daarentegen een fanatieke aanhang die beide partijen meer stemmen opleverden. Het CDA kwam toen zelfs boven de PVV uit in de verkiezingsuitslag. Is er wel sprake van onafhankelijke oppositie of wordt ons slechts het idee aangepraat dat we een keus hebben?

Nu weer gaat de PVV aan kop en heeft zij zelfs een nek-aan-nekrace met de partij van Alexander Pechtold. Duidelijk is dat de coalitiepartijen veel zetels gaan inleveren. De afkeer jegens het huidige kabinet vanuit het volk is dus groot. Nog spannender om te volgen, is de strijd tussen de PVV en de D66 in de provincie Zuid-Holland. De PVV zou virtueel gezien een zetel boven de D66 uitkomen, maar tussen nu en dan volgen nog drie weken waarin van alles kan gebeuren. Dit vertaald zich in het kort naar twee mogelijke scenario’s: meer macht naar Brussel of meer macht naar Den Haag. U kiest.

Reacties

Daniël Leeuwenhart

De heer Leeuwenhart schrijft met regelmaat over de betrekkingen tussen de Europese Unie (EU) en Rusland. Als euroscepticus hecht hij waarde aan nationale belangen en verkiest deze boven de supranationaliteit van de EU. Met de kracht van de pen streeft hij naar meer macht voor Den Haag, en minder voor Brussel.

Geef een reactie