Islamitisch radicalisme: randverschijnsel of wijdverspreid?

Op 14 februari 2015 werd Europa wederom opgeschrikt door terroristische aanslagen. Omar El-Hussein, een zoon van Palestijnse ouders, probeerde in Kopenhagen de cartoonist Lars Vilks te vermoorden. Vilks kwam er ongeschonden vanaf, een bezoeker van zijn conferentie niet. Toen El-Hussein besefte dat zijn aanslag niet liep zoals gepland, besloot hij een synagoge aan te vallen. Daarbij werd een Joodse man gedood en raakten twee politieagenten gewond. Een paar uur later kwam El-Hussein zelf om het leven bij een schietpartij met de Deense politie.

Bedevaart
Ieder weldenkend mens zou zoveel mogelijk doen om afstand te nemen van de aanslagen. Desalniettemin kwamen er honderden mensen af op de begrafenis van El-Hussein, waaronder veel jongeren. Door de enorme hoeveelheid mensen was er zelfs een ordedienst nodig om de begrafenis in goede banen te geleiden. Bovendien stonden mensen in de rij om met het graf van de terrorist op de foto te kunnen gaan. El-Hussein is getransformeerd tot een soort heilige en zijn graf tot bedevaartsoord.

Hoe kan het toch dat zoveel mensen met een terrorist geassocieerd willen worden? De massale opkomst bij de begrafenis van El-Hussein staat niet op zichzelf. In 2008 executeerde Indonesië de verantwoordelijken voor de aanslagen op Bali in 2002. Bij deze aanslagen kwamen meer dan 200 mensen om het leven. Toen de lichamen van de geëxecuteerden werden afgeleverd bij de nabestaanden, stonden honderden fans ze op te wachten. De fans droegen spandoeken waarop stond “Welkom thuis martelaars!”. Verder moest de Indonesische media meerdere malen worden aangemaand door de overheid. Ze zouden de terroristen te vaak als helden aanduiden.

Een soortgelijk scenario deed zich voor in Nederland. In november 2014 blies de 19-jarige Sultan Berzel uit Maastricht zichzelf op in Bagdad. Bij de aanslag kwamen twintig mensen om het leven. De vader van Berzel had niets dan lof voor zijn zoon. Zo zou zijn zoon een martelaar zijn. Verder bedankte hij Allah en was ervan overtuigd dat zijn zoon toegang had gekregen tot het paradijs. De vader van Berzel ligt er blijkbaar absoluut niet van wakker dat zijn zoon twintig mensen om het leven heeft gebracht.

Wijdverspreid randverschijnsel?
Vaak krijgen we te horen dat islamitisch radicalisme een randverschijnsel is. Meestal worden deze beweringen ondersteund door cijfers van verschillende instanties. Het percentage moslims dat aanslagen pleegt is in vergelijking met het totale aantal moslims zeer klein. In theorie klopt dit. Tegelijkertijd is er sprake van grootschalige bagatellisering.

Hoe staat het eigenlijk met de acceptatie van radicale ideeën binnen de moslimgemeenschap? We herinneren ons allemaal de aanslagen op Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt in Parijs. In verschillende landen namen moslims afstand van de aanslagen. Burgermeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb werd bejubeld toen hij zij dat moslims met radicale ideeën moesten vertrekken naar Syrië of Irak en vooral niet moesten terugkomen. Zijn deze uitspraken echter kenmerkend voor de gemiddelde moslim?

In november 2014 bracht het onderzoeksbureau Motivaction een onderzoek uit over de acceptatie van religieus geïnspireerd terrorisme onder Turkse jongeren in Nederland. Maar liefst 80% van de ondervraagden vond het geweld in naam van de jihad tegen niet- of anders gelovigen “niet verkeerd”. Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher zei verontrust te zijn door de cijfers.

Is Asscher daadwerkelijk verontrust? Dit soort cijfers zijn niks nieuws. Al jaren lang brengen verschillende (internationale) onderzoeksbureaus cijfers naar voren over de wijdverbreide acceptatie van radicale ideeën binnen de moslimgemeenschap. Was Asscher hier echt niet van op de hoogte of liegt hij glashard? Waarschijnlijk is de tweede optie het geval.

Al in 2011 kwamen er verontrustende cijfers over Egypte naar buiten. Uit onderzoek blijk dat 82% van de Egyptenaren steniging een gepaste straf vinden voor overspel. 84% vind de doodstraf een correcte straf voor het verlaten van de islam. In Egypte wonen ruim 85 miljoen mensen. Dit betekent dat tientallen miljoenen Egyptenaren dit soort verwerpelijke ideeën als normaal beschouwen. Als zoveel mensen er dit soort “waarden” op na houden, kan er geen sprake zijn van een randverschijnsel.

In Pakistan, een land met meer dan 180 miljoen inwoners, is de situatie niet veel anders. In 2011 werd Osama bin Laden in het land omgebracht. Uit een onderzoek van CNN blijkt dat ruim tweederde van alle Pakistanen hun afkeur uitspraken over de uitschakeling van de voormalig leider van Al Qaida. Saudi-Arabië, een land dat we in het westen graag als zakenpartner zien, toont zelfs angstvallig veel overeenkomsten met ISIS.

Oplossing?
Islamitisch radicalisme is simpelweg geen randverschijnsel. Wanneer mensen uit de moslimwereld naar Europa emigreren nemen zij deze denkbeelden met zich mee. Zelfs na jaren lang woonachtig te zijn in de westerse wereld zijn dit soort ideeën niet verdwenen. Ook (jonge) moslims die in Europa geboren zijn blijken zeer vatbaar voor radicale ideeën. Sultan Berzel en zijn vader zijn hiervan het levende bewijs.

Veel westerse landen kondigen de laatste tijd nieuwe terrorismemaatregelen aan, zoals Australië dat vandaag deed. Het is nog maar de vraag of deze maatregelen effectief zullen zijn. Inderdaad, het aantal moslims dat aanslagen pleegt, is in vergelijking met het totale aantal moslims laag. Radicale ideeën zijn dit echter niet en zijn wijdverspreid. Zolang deze denkbeelden niet verdwijnen zal het probleem nooit opgelost worden. Want een terrorist kan je doden, maar zijn ideeën niet.

Reacties

Bart Bohemen

De heer Bohemen heeft een uitgebreide kennis op het gebied van sociale vraagstukken en verwerkt deze dan ook nauwkeurig in zijn publicaties. Zijn vakgebied omvat onder meer socio-economische en demografische ontwikkelingen in Europees verband.

4 gedachten over “Islamitisch radicalisme: randverschijnsel of wijdverspreid?

Geef een reactie