Portugese bankiers leiden, Portugese burgers lijden

In mei vorig jaar werd Portugal van de zogenaamde trojka verlost. Sinds 2011 was het land gebonden aan het steunprogramma van de Europese Commissie en het Internationaal Monetair fonds (IMF) en ontving zij een lening van in totaal 78 miljard euro aan financiële steun. Het moordende beleid van extreem ingekorte overheidsuitgaven en desastreuze hervormingen moest Portugal weer concurrerend maken. Afgelopen zomer was dan eindelijk het moment, zo leek het. Maar kort na uittrede uit het steunprogramma kwamen de naweeën van de bankencrisis wederom de hoek om kijken.

In een toespraak kondigde de Portugese premier Pedro Passos Coelho aan dat de Portugese natie niet meer aan het infuus hoefde en het einde van het steunprogramma bereikt was. Van de miljarden aan kapitaalinjecties was nog een klein deel overgebleven. De premier sprak zijn hoop uit dat het land zich weer kon vestigen op een vruchtbare toekomst. Maar niets was minder waar. Nog geen maand later daalde de beurs in Lissabon naar het laagste punt sinds maanden. Een van de grootste Portugese banken, de Banco Espírito Santo (BES), dreigde ineen te storten.

Het moederbedrijf van de betreffende bank leed het eerste halfjaar enorme verliezen. De BES is voor een kwart in handen van het moederbedrijf en als gevolg daarvan bezweek de bank bijna onder de druk. Met de nadruk op bijna. Het restant van de noodleningen is door Lissabon namelijk gebruikt om de BES te redden. De directeur van de Portugese Centrale Bank gaf te kennen dat de Portugese bevolking zich nergens zorgen over hoefde te maken. Deze uitspraak kan echter met een grote korrel zout worden genomen. Om de grote schuldenlast te maskeren, werd met 90% beslag gelegd op het vermogen van pensioenfondsen van de Portugese burgers. Ten behoeve van de lokale bankiers werd deze actie allerminst breed uitgemeten in de media.

De slechte financiële conditie van de bank was overigens al geruime tijd bekend. Desondanks bleef de BES als een van de weinige banken onafhankelijk van de Staat. De signalen duidden op een mogelijk faillissement. Sterker nog, elders in Europa vond omstreeks dezelfde periode een gelijkvormig scenario plaats als in Portugal. In Bulgarije kwamen zelfbenoemde, bureaucratische experts van het IMF bijeen in de Bulgaarse hoofdstad Sofia om de economische situatie nader te analyseren. In een kort daarop gepubliceerd rapport concludeerden zij dat de banken in Bulgarije stabiel waren. Nog geen twee weken later stortten de twee grootste banken in elkaar en zochten hun financiële toevlucht van miljarden aan kapitaalinjecties bij de Bulgaarse Staat.

Had de Bulgaarse Centrale Bank niet ingegrepen, was het economisch systeem binnen een kwestie van tijd ontmanteld. Een scenario als deze was dus niet ondenkbaar voor de Portugezen. Waarom de Portugese regering vooralsnog voet bij stuk hield, is nog steeds grotendeels onduidelijk. Inmiddels is wel bekend dat de overheid reeds op de hoogte was van de economisch instabiele situatie van de bank. Er is bewust gewacht op het verlaten van het steunprogramma, zo kopte een Portugese krant een paar maanden later binnen.

Als gevolg van de rode cijfers werd de bank opgesplitst in twee aparte banken, waaronder de Novo Banco (Nieuwe Bank). Deze nam het gezonde onderdeel van het bankwezen over in haar afsplitsing. De problematische onderdelen die voor verlies zorgden, kwamen onder toezien van crediteuren van de BES te staan. Van de overgebleven 6 miljard euro uit het steunpakket, werd afgerond 5 miljard euro gebruikt om de bank overeind te houden.

Zoals gewoonlijk betaalt de burger het gelach van de bankiers. Een bank die in een dergelijke situatie financieel instabiel is, en waarvan tevens kennis geruime tijd bekend is, wordt tot het laatste ogenblik in stand gehouden, waarna de Staat alsnog zwicht voor de bankiers en deze in gelden van burgers uitbetaald. De economische hervormingen in landen waar de crisis hard heeft toegeslagen, hebben dus hiermee ook een andere kant van het verhaal. Duidelijk is dat de Europese Centrale Bank (ECB) zo gemakkelijk overstag gaat om haar Europese bevolking garant te laten stellen voor een financiële bankencrisis zodat de bankiers zelf er maar eens te meer makkelijk mee weg komen. Verder is het nu dus ook duidelijk waarom bijvoorbeeld de burgers van de Noord-Europese staten, die een groot deel van de crisis op hun conto nemen, ingekort worden op hun sociale zekerheden. Als we onze eigen overheid mogen geloven, wordt dat gedaan onder het mom van hervormingen. Maar u weet wel beter. Wat de burgers ontnomen wordt, moet zich uiteindelijk ergens vestigen. En waar anders zou dat terechtkomen dan in de zakken van bankiers?

Reacties

Daniël Leeuwenhart

De heer Leeuwenhart schrijft met regelmaat over de betrekkingen tussen de Europese Unie (EU) en Rusland. Als euroscepticus hecht hij waarde aan nationale belangen en verkiest deze boven de supranationaliteit van de EU. Met de kracht van de pen streeft hij naar meer macht voor Den Haag, en minder voor Brussel.

Een gedachte over “Portugese bankiers leiden, Portugese burgers lijden

Geef een reactie