Duitse politiek terug bij af?

Vorige maand werd er in Hotel Adlon te Berlijn een jaarlijks terugkerend congres georganiseerd, die in het teken staat van de economie. De ‘Süddeutsche Zeitung Wirtschaftsgipfel’ heeft in haar jaarlijkse edities veel gerenommeerde en bekende gastsprekers mogen ontvangen, waaronder bijvoorbeeld Duits bondskanselier Angela Merkel en ook de Duitse president. In deze editie, die plaatsvond van 27 tot en met 29 november, werd het congres geopend door Duits Minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier. Zijn toespraak roept nogal wat vraagtekens op. Hierna volgt een analyse van hetgeen door Steinmeier is gezegd en tot slot een conclusie.

In zijn inleiding geeft Steinmeier te kennen dat zijn speech, naast economie, ook in het teken zal staan van buitenlandse betrekkingen met de wereld. Naar zijn mening valt de wereld uiteen en roept daarom op tot een nieuwe orde. Het zoeken naar een nieuwe orde geschied momenteel niet op een beheerste en concrete wijze, volgens Steinmeier. In plaats daarvan, wordt het zoeken naar een nieuwe orde van wereldformaat gekenmerkt door vergrootte politieke invloedssferen en autoriteit samengesmolten met etnische en religieuze conflicten, die de laatste maanden zichtbaar tot stand zijn gekomen in de wereld. Hieruit concludeert Steinmeier dat globalisatie in onder andere economisch opzicht een recessie ondergaat.

De recessie van globalisatie kan onder andere in de economie worden opgemerkt, die duidelijk zichtbaar is geworden sinds de economische crisis in de periode 2008-2009. Dit vormt een gevaar voor Duitsland, waar de economie gedreven wordt door export. Globalisatie zorgt voor een economisch voorspoedige exporthandel voor Duitsland. Duitsland vormt de draaiende motor achter Europese integratie, zo parafraseert hij het algemeen beeld over globalisatie dat onder Duitse politici en mensen uit het bedrijfsleven heerst. Steinmeier geeft aan het hier mee eens te zijn.

Hij vraagt de aanwezige politici en werkgevers om steun als het gaat om het bijbrengen van het Duitse volk dat Duitsland niet onverschillig tegenover de neerwaartse lijn van globalisatie moet blijven staan. Ter ondersteuning van deze uitspraak gebruikt hij een onderzoek van het McKinsey Global Institute waarin naar voren kwam dat Duitsland bovenaan de lijst staat met landen die het meest aaneengesloten zijn; een echte eenheid vormen. Een land dat onderling zo sterk verbonden is, heeft volgens Steinmeier een sterke afhankelijkheid van vredevolle, internationale orde.

Maar met enkel economische verbondenheid zijn we er nog niet, zo gaat hij verder. Er moet ook op politiek niveau worden samen gewerkt om internationale wetgeving te promoten. Ook moeten deze belangen worden verdedigd wanneer zij worden aangevallen. Steinmeier gebruikt hierbij het voorbeeld van de annexatie van het schiereiland de Krim en inmenging in Oost-Okraïne door Rusland. Veiligheid en voorspoed komen in het gedrang wanneer de regels van internationaal recht geschonden worden. Er moet druk op Rusland worden uitgeoefend om haar aan de onderhandeltafel te krijgen.

Deze druk is reeds uitgeoefend door middel van sancties. Steinmeier legt de inhoud van deze sancties uit. Een collega vertelde hem onlangs dat de sancties in Rusland effectief zijn toegepast en het land economische schade heeft toegebracht. Verder stelde zijn collega dat de internationale gemeenschap deze lijn moet voortzetten. Steinmeier bevestigd echter dat de sancties niet zijn ingezet om Rusland in economisch opzicht open te breken. Een verzwakt en gedestabiliseerd Rusland zou naar zijn mening een gevaar vormen voor Europese veiligheid. Een toekomstige structuur van Europese veiligheid kan enkel met Rusland tot stand worden gebracht.

Steinmeier brengt het onderwerp weer terug in het kader van Duitsland en diens rol in de wereld. Recentelijk heeft hij een aantal experts gevraagd over hun bevindingen voor wat betreft het Ministerie van Buitenlandse Zaken en diens beleid. Hij citeerde een opmerkelijke uitspraak van Indiase Professor Kishore Mahbubani: ”Duitsland moet Europa en de wereld leiden, Rusland europeaniseren en Amerika multilateraliseren’’. Steinmeier had hier weinig aan toe te voegen. Tegelijkertijd sluit hij af met een uitslag van een poll waarin het Duitse volk door de Körber Foundation werd gevraagd of Duitsland in internationaal opzicht een actievere rol moet gaan spelen. Zestig procent stemde tegen, achtendertig procent voor.

De toespraak van Steinmeier schept onduidelijkheid. Aanvankelijk spreekt hij zich uit voor een nieuwe wereldorde, gebaseerd op vrede en internationale wetgeving die door alle landen wereldwijd gerespecteerd dient te worden. Indien dat niet gebeurt, moeten er maatregelen worden getroffen tegen de landen die deze orde uit balans brengen. Het optreden van Rusland in relatie tot de Krim en Oekraïne wordt hierbij als voorbeeld aangehaald. De economische sancties zijn in dit geval de maatregel. Afgezien van de waardevermindering van de Roebel, de verlaagde olieprijs en de bekoelde internationale betrekkingen met Rusland meent Steinmeier dat het niet de bedoeling is om de economie van Rusland schade toe te brengen. Het is van belang dat Rusland volop betrokken blijft om het in stand houden van veiligheid op Europees niveau te waarborgen.

Verder benadrukt hij over het algemeen het belang van Duitsland in de wereld. Waar hij aanvankelijk pleit voor uitgebreide samenwerking met andere landen op internationaal niveau, eindigt hij zijn toespraak met een citaat die de Duitse macht in de wereld voorop stelt en als leider moet worden gezien. Vervolgens maakt hij onhandig gebruik van een poll die aantoont dat het Duitse volk niet achter verdere Duitse integratie in de wereld staan. Het lijkt erop dat Steinmeier zich graag uitspreekt voor een sterk Duitsland maar dit niet volledig durft te uiten en daarom terugvalt op clichés waar de internationale gemeenschap zo rijkelijk mee gevuld is.

Reacties

Daniël Leeuwenhart

De heer Leeuwenhart schrijft met regelmaat over de betrekkingen tussen de Europese Unie (EU) en Rusland. Als euroscepticus hecht hij waarde aan nationale belangen en verkiest deze boven de supranationaliteit van de EU. Met de kracht van de pen streeft hij naar meer macht voor Den Haag, en minder voor Brussel.

Geef een reactie